Blog
 

Wandelen met Michiel - Zaterdagse parken in Arnhem en Elst

Wandelen met Michiel - Zaterdagse parken in Arnhem en Elst

 

Voor grijs en groen

Zo koud en zo winterachtig het voorjaar van 2013 was, zo lang en zonnig is deze nazomerse herfst. De ochtend begint fris en kleddernat van de dauw, maar al snel scheert de zon door het goudgeel, brons en groenbruin van de boomtoppen in het park, waarna de jassen uit kunnen. Vandaag ga ik op zoek naar eetbaar groen in stadsparken, met nogal uiteenlopende groepen. Eerst in het Arnhemse park Sonsbeek. Lang geleden was ik er eerder, maar wat een schitterend park is dat toch eigenlijk, vol allure met zijn heuvels, watervallen, lanen, imposante bomen, terrassen en chique witte villa bovenop. Het hele park is vergeven van de joggers, in alle soorten en maten. Groepjes zwangeren, anderszinse dikkerds, mannen op leeftijd en speersnelle macho’s.

 

Gezondmakende natuur

‘Op zaterdagen worden hier wel vijfhonderd joggers geteld’, weet iemand te vertellen. Vanwege de omvang van het park is het goed te hebben. In villa Sonsbeek komen vandaag de minder snelle, maar niet minder fanatieke wandelaars van Nederland bijeen. Wandelnet Nederland, verantwoordelijk voor een groot deel van de bewegwijzerde korte en lange afstandsroutes in ons land, heeft vandaag een verwendag voor zijn honderden vrijwilligers. Eerst is er binnen in een zaal wat theorie voor de grotendeels grijze wandelaars. Hoogleraar en natuurbelevings-onderzoekster Agnes van den Berg vertelt over haar onderzoeken waaruit blijk dat natuur gezondmakend is. ‘Dat heeft te maken met de “zachte fascinatie” voor de natuur: het trekt de aandacht, zonder dat het moeite kost.’ Waardoor het juist energie geeft en mentale problemen oplost. Maar is wandelen in de natuur nu éxtra goed, is hier de interessante vraag? Ja hoor: wandelen is bijvoorbeeld gezonder dan hardlopen, blijkt uit Van den Bergs laatste onderzoek. Dat komt omdat hardlopers te weinig oog voor hun omgeving hebben. Nu moet Van den Berg nog eens onderzoeken of wildplukken – per definitie behoorlijk slow - het wandelen nóg gezonder maakt.

 

Lasagne met 'spinazie'

Voor dat wildplukken ben ik hier: op verzoek van Wandelnet ga ik met groepjes het park in. Dat levert een grote eetbare oogst, deze tijd van het jaar. De veldzuring in de lage delen van het park, de waterkers bij een van de vijvers, maar ook de lijsterbessen, nog wat bramen en vlierbessen, plus paddestoelen – een reuzenzwam – en de eerste kastanjes boven op de beboste berg. Voor sommige wandelaars gaat er een wereld open, anderen zijn al een beetje of zelfs heel erg ervaren in de eetbare natuur. Zoals de vrijwilliger, in het dagelijks leven boswachter, die bij de eerste ontmoeting met zijn schoonvader – een koppige Friese boer - vertelde dat hij regelmatig brandnetels at. Daarmee scoorde de nieuwe schoonzoon flinke meewarigheid en minpunten. Maar de lasagne met spinazie smaakte de schoonvader uitstekend, die eerste keer dat hij bij schoonzoon op bezoek kwam. Dat de ‘spinazie’ volledig uit brandnetels bestond, zoals achteraf verklapt, is sindsdien een mooi en telkens herhaald familieverhaal.

 

Konijnen en sierkippen

In de loop van de middag reis ik af naar het nabijgelegen Betuwse Elst. Naar jongerencentrum ‘De Uitvlucht’. Het honk van de jongeren op de eerste verdieping van het wijkgebouwtje valt via een brandtrap te bereiken. Het groepje van jongens en één meisje, in de leeftijd van 18, 19 jaar komt geleidelijk binnendruppelen. Met blikjes energydrank en cola wordt erop de loungebanken neergestreken en het feest van gisteren, hierin dezelfde ruimte, doorgenomen. De jongens hadden wel interesse om, op uitnodiging van Stichting wAarde, op zoek te gaan naar eten in het park. ‘Als we maar geen konijn gaan villen’. Eigenlijk is het groepje gemengder en groter, maar de verkeringen zijn in de zomervakantie uitgegaan: er is de nodige groepsdynamiek weet jongerenwerkster Monique. Buiten worden sigaretjes opgestoken en gaat het eerst door het winkelcentrum van Elst, waar er zaterdagse boodschappen worden gedaan.

Gele tennisballen

Het burgemeester Galemapark is wat kalig. ‘Kun je deze bessen eten?’ willen de jongens weten. Nee, dat zijn de beetje giftige bessen van de vuilboom. ‘Dan moeten we toch maar die sierkip slachten’, wordt er op het dierparkje gewezen. Wel staat er een boom met wonderlijke vruchten: ribbelige gele tennisballen, kogelrond, geen idee wat het idee is. Met de mobieltjes worden foto’s gemaakt. Een van de jongens app’t er eentje naar zijn vader, die blijkbaar als deskundig wordt gezien. Even later reactie van pa: ‘Lekkere wildplukker ben jij. Het is een parelstuifzwam.’ Pa vergist zich, maar gelijkenis is er wel dus zo heel gek is het ook weer niet.

 

Op weg naar het volgende park, duikt een van de jongens plotseling een plantsoen met hoge struiken in. ‘Misschien groeien hier wel paddo’s’. De rest van het gezelschap kruipt ook het struikgewas in en komt bij een open plekje. ‘Hier hebben we vroeger heel veel gespeeld’. Wel herinneringen, maar geen paddo’s.

 

Ook geen paddo’s in het park evenwijdig aan het Galgepad, het gras is net gemaaid: de paddestoelen zijn verhakseld door de plantsoenendienst. Ander interessant groen is er volop, vooral aan de randen, in het struikgewas. Paardebloemen, brandnetels, zevenblad, fluitekruid. ‘Kun je dat écht allemaal eten?’ Geleidelijk raakt de mand gevuld.

 

Dan valt plotseling het oog van de jongens op een verwaarloosde appelboom, wat verscholen tussen de gemeentestruiken, vol met rijpe grote gele appels. Als het schudden weinig oplevert, zitten al snel wat jongens in de boom en worden er appels geplukt en naar beneden gegooid. Verderop in het park worden kastanjes geraapt. ‘Ik herinner me dat we dat vroeger op vakantie in Italië ook wel eens hebben gedaan.’

 

Hopbellen en bronstige mannen

Hoe meer er geplukt wordt, hoe meer lol de jongeren er in krijgen en in plaats van rechtstreeks terug te gaan naar het jongerencentrum, willen ze naar nog een ander park. Tussen de huizen door, over een provinciale weg, bereiken we een park met een skatebaan en basketbalnetten. Op een van de van de basketbalpalen staat een marihuanablad in graffiti. ‘Weten jullie dat hier volop een familielid van de marihuana groeit? ‘Cool, waar dan?’ In het struikgewas aan de parkrand kringelen massa’s hopplanten de hoogte in. De vrouwelijke varianten vol met hopbloemen. Behalve als smaakmaker en conserveringsmiddel in bier, ook geschikt om rustgevende thee van te zetten. ‘Bovendien kalmeert het bronstige mannen’. Terwijl de hopbellen worden geplukt, ontbrandt er uiteraard discussie over wie van de jongens daarvoor het eerst in aanmerking komt. En passant gaan er ook nog handen vol bramen het mandje in.

 

Terug op de stoep van de Uitvlucht, op het pleintje onder de leiplatanen, wordt de oogst uitgestald, gesorteerd en in duo’s gaan de jongens en het meisje aan het koken. Op de skottelbraai die Monique heeft aangeschaft worden kastanjes gepoft en vlierbessencompote – met de appels uit het park – klaargemaakt.

 

De fluitekruid gaat in de kruidenboter, hopbellen in de thee, de brandnetels in een omelet. ‘Is het erg dat het roerei wordt’? En ik ontsteek een vuur om daarop in mijn gietijzeren ketel soep met zevenblad te maken. Vrijwel alles wordt met smaak gegeten, met de kruidenboter als topper.

Zodra het begint te schemeren gaan de discolampen en de muziek aan. ‘Ik vind dat jullie nu wel een biertje hebben verdiend’, zegt Monique. De zomerse stemming is compleet, zo begin oktober.

 
 
5 oktober 2013
vorige blog: wandelen-met-michiel-leudal
volgende blog: wandelen-met-michiel-oerlekker-twents-herfstlandschap
 

Blijf op de hoogte van nieuwe blogs
Ik wil graag via e-mail op de hoogte gehouden worden wanneer er een nieuw blog geschreven is.
Naam:
Email address:
E-mailadres: