Blog
 

Wandelen met Michiel - het Maasheggenlandschap

Wandelen met Michiel - het Maasheggenlandschap

 

'Geef uw ogen goed de kost'

Sesam, open u! Ik hoef maar met mijn OV-pas-inclusief-OV-fiets-abonnement te zwaaien en de deur van het transparante, onbemande OV-fietsschuurtje naast het stationsgebouw van Cuijk gaat open. Via het centrum van Cuijk ben ik snel op de Maasdijk en trap ik de koude, natte en winderige meidag in.

 

Groen is het, heel groen is de wereld sinds een paar weken. Nu met veel witte florale wolken aan of boven de grond: bloeiend fluitekruid, lijsterbesstruiken, meidoornhagen. Onverstoorbaar blijven de schapen - groot en klein, bruin en wit - midden op het fietspad op de dijk liggen, ook als ik ze rakelings passeer.

 

Sint Agatha

Links de uiterwaarden en de Maas, rechts binnendijks het sobere maar imposante klooster Sint Agatha, waar sinds zevenhonderd jaren monniken huizen. Net buiten het dorp Oeffelt, bij een woud van wandelroute- en natuurinformatiebordjes zet ik de OV-fiets neer. ‘Uitvoering Herstelplan Maasheggen. Opdrachtgever: Staatsbosbeheer’, staat er op een meer dan manshoog projectontwikkelingsbord.

 

Ik loop een stukje over het fietspad, door een tunnel van hoge bloeiende meidoornhagen en dan via een voetpad het grasland in. ‘De Oeffelter Meent’ heet dit stukje van het Maasheggenlandschap: ruige weides langs de Maas, van elkaar gescheiden door mei- en sleedoornhagen, af en toe met wat essen, vlieren en rozen er tussen.

 

Maagdelijk mooi

Eeuwenoud schijnt dit landschap te zijn, waar vroeger de hagen werden gevlochten: de mei- en sleedoornstammetjes werden half doorgezaagd en naar de zijkant gebogen. Samen met de nieuw uitlopende takken leverde dat ondoordringbare hagen op, die het vee binnen of buiten hield, al naar gelang de behoefte. 

Er zouden hier ook nu weer gevlochten hagen moeten zijn, maar vooralsnog zie ik ze niet. Mooi zijn de hagen wel, met de overdadige witte pracht van de bloeiende meidoorn. Het groen van de weiden, met het geel van de boterbloem en paars van de rode klaver, het rossige van de bloeiende zuring. Maar wit is hier dominant, hagenwit, in schakeringen van wit naar witter.
Geen wonder dat het verhaal wil dat een maagd voor altijd mooi zal blijven als ze zich op de eerste meidag besprenkelt met de dauw van de bloeiende meidoorn. ‘De meidoorn-komste brengt de hemel op aarde; Door alle lenteleven suizelt één zoet woord’, dichtte de Brit Swinburne.

 

De geur van meidoornbloesem

Als de straffe wind eventjes gaat liggen, stijgt onmiddellijk een bedwelmende zoete, donkere, bijna mest-achtige geur op van de meidoornbloesems. Lekkere mest. Er schijnt thee van die bloemetjes te zetten zijn: toch eens proberen. De meidoornblaadjes zijn nu niet mals genoeg meer om zo te eten. Voor de meidoornbessen komen we in het najaar terug. 

Valt er verder nu wel wat te eetbaars te oogsten? Veel look-zonder-look hier: lekker ui-achtig zonder familie van de loken te zijn, vandaar de naam. En brandnetels: massa’s aan de voet van de hagen. Van oudsher hielden de hagen slib vast van de regelmatig overstromende Maas.

 

Prikkeldraad?

Verder gaat het door het hoge natte gras, telkens via een doorgang in de hagen naar een volgend veld. Met natte voeten, ondanks de ‘waterdichte’ leren laarzen. De kerk van Oeffelt luidt de middag in. Een koekoek roept. Twee buizerds draaien een paar rondjes rond elkaar, voordat ze elk huns weegs gaan. 

Dan de verwachtte stukken met vlechtheggen, waarschijnlijk nog niet zo lang geleden gevlochten tijdens het Nationale Kampioenschap Maasheggenvlechten dat het oude ambacht weer moet doen herleven. De eerste hagen zijn wat schamel, een beetje teleurstellend. Met prikkeldraad zelfs, dat was toch niet de bedoeling? Vlechtheggen was toch iets van vóór het prikkeldraad?

 

Eén vogelpootje

Wat verderop maken de vlechtheggen meer indruk: al langer geleden gevlochten zeker. Er blijken verschillende stijlen van vlechten te zijn. Hoog of laag ingekeepte hagenstammen. Op een horizontale forse gehiepte meidoorntak zitten enorme stekels. Aan één van die stekels kleeft een bloederig stukje veren met één vogelpootje.

Een beest - welke, een roofvogel? - heeft de meidoornstekel als spies voor zijn prooi gebruikt. Natuur is eten en gegeten worden. 

 

Terug bij mijn OV-fiets ben ik snel bij de Maas en fiets ik - tussen paardenkastanjes met bloeiende toortsen door - gelijk op met een met houtstammen beladen vrachtschip richting het zuiden. Hotel-restaurant Het Veerhuis, schuin tegenover de brug die Brabant met Limburg verbindt, serveert verrassend lekkere mosterdsoep, met eveneens heerlijk brood met boter. Na de soep gaat het onder de brug door, langs een zandafgraving en dan rechtsaf het Maasheggenlandschap weer in.

 

Vooruit, pluk vlier!

Hier niet alleen hoge hagen, maar ook lage met veel vlieren ertussendoor, waar je overheen kunt kijken. Die vlieren bloeien nog steeds niet. Ze moeten opschieten. ‘De vlier bloeit, het is mei, vooruit, pluk vlier! Het is niet zo vaak mei meer in uw leven, misschien nog dertig keer, misschien nog vier’, dichtte Annie M. G. Schmidt. 

 

Wijn en jam

Ik fiets het dorp Beugen in en aan de andere kant weer uit, de Graafsedijk op. Daar zit ‘Ons Boerderijwinkeltje Campagne groente en fruit’ in een voormalige schuur op het erf. Naast en achter de schuur rijen bloeiende peulenplanten en vele fruitbomen. Hier wordt al vijftig jaar fruit geteeld en verkocht: pruimen, rode en zwarte bessen, frambozen, bramen, tayberrry, jostabes en vlier. Deze tijd van het jaar alleen in verwerkte vorm, vooral jam. Behalve een potje frambozenjam koop ik een fles wijn van wijngaard De Daalgaard uit Sint Agatha, hier even verderop. ‘Sint Agather, Droog. Een cuvée van Baccus, Schönburger en Ortega. Een droge, frisse, en fruitige wijn.’ Staat er op het etiket. Voordat de Achterhoek opkwam als belangrijkste wijngebied van Nederland, werd hier al professionele wijn gemaakt. Op vrijdag en zaterdag is de wijn rechtstreeks bij de wijnboer in Sint Agatha te koop.

 

Via natuurgebied De Grote Vilt - waar zwaluwen over waterplassen scheren - fiets ik weer richting Oeffelt. Daar koop ik bij de Spar een bekertje crème fraîche voor bij de brandnetelpasta van vanavond. Met een glas droge witte Sint Agather er bij en als toetje kwark met frambozenjam uit Beugen. 

In de bossen leert men meer

Gauw naar huis, weer richting Cuijk. Maar ik kan de verleiding niet weerstaan even af te stappen bij het Kruisherenklooster van Sint Agatha. Toch het oudste - sinds 1371 - bewoonde klooster van Nederland. Bovendien is een aantal monniken van De Orde van Het Heilig Kruis fanatiek tuinier. 

Ik ga onder de voor het publiek toegankelijke kloosterpoort door en zet mijn fiets neer bij de de ren met bloeiende fruitbomen, kippen en kalkoenen. Achter de ren een weiland met rondom een wandelpad en om de paar meter bordjes met telkens andere spreuken: ‘Geloof me op eigen ervaring: men leert meer in de bossen dan in de boeken’, volgens de Trapistinnen van Bernardus van Clervaus’.

 

Aan de voet van de kloostermuur hebben de Kruisherenmonniken met bordjes aangegeven welke uiteenlopende rassen aardappelen ze hebben gepoot. In een parkachtige tuin met majestueuze bomen, vijvertjes en slingerend pad staat een struik gesnoeid in de vorm van de Ark van Noach. 

Het klooster zelf lijkt wel een schip, zo tegen de achtergrond van de bewolkte lucht en het groen-witte Maasheggenlandschap. Een van de bordjes zegt: ‘Geef uw ogen goed de kost. U wordt door wonderen omgeven.’

 
6 mei 2014
vorige blog: wandelen-met-michiel-grote-liefde-op-landgoed-twickel
volgende blog: wandelen-met-michiel-eten-van-de-rand-van-de-zee
 

Blijf op de hoogte van nieuwe blogs
Ik wil graag via e-mail op de hoogte gehouden worden wanneer er een nieuw blog geschreven is.
Naam:
Email address:
E-mailadres: