Blog
 

Wandelen met Michiel - Grote liefde op Landgoed Twickel

Wandelen met Michiel - Grote liefde op Landgoed Twickel

 

Op het grootste landgoed van Nederland, waar zelfs de transformatorhuisjes rietgedekt zijn, laat eind februari de lente zich al voelen. Ik krijg daarom zin in echte voorjaarsdingetjes. Hopscheuten bijvoorbeeld: misschien dat die er al zijn? Een groepje kieviten buitelt en jubelt, af en toe slaakt een groene specht zijn schreeuw, de knoppen in de bomen staan op openbarsten. Er staat vandaag een fris windje, maar ook de zon laat zich goed voelen. Toefjes fluitekruid en mini-brandneteltjes steken overal de kopjes boven de grond.

 

Het Twentse landgoed Twickel is doortrokken van schoonheid en geschiedenis. Glooiende akkers en weides, bossen, heidevelden, vennetjes en majestueuze eiken, zo dik en imposant dat de tranen er van in je ogen springen. Ik loop de Umfassungsweg, een wandelpad van zo’n tien kilometer dat het landgoed ‘omvat’, vandaar de naam. De onder adellijke lieden befaamde Duitse landschapsarchitect Petzold startte in 1890 met de aanleg. Na zijn plotselinge dood duurde het meer dan een eeuw totdat de klus werd geklaard: sinds 2011 kan het landgoed daadwerkelijk al lopend worden omvat, netjes bewegwijzerd middels robuuste jachtpalen.

 

Oud- en nieuwbouw bij het startpunt
De Deldener watertoren uit 1894 staat niet ver van twee gloednieuwe vierkante bruine flats, waarvan de bovenste verdieping wel zal worden aangeprezen als ‘penthouse’.

 

Het pad loopt langs met gemengde hagen omzoomde moestuintjes. Kaalgeplukte boerenkoolstronken, weerbarstige rijtjes prei: de tuinen verlangen naar het opwarmen van de bodem. De route steekt de oprijlaan van het kasteel over, door een stukje glooiend grasland met groepjes en rijtjes eiken. Op een gegeven moment loopt het pad parallel langs een drukke weg: de toegangsweg naar de autobaan die de oosthoek van het landgoed doorscheurt. Zelfs al is het landgoed nog zo groot, in Nederland wordt zoiets al snel verkloot. Sorry, dat moest er even uit. Niet zeuren, doorlopen, er blijft zoveel moois over.

 

Aardewolf
Als de Umfassungsweg afbuigt van de rondweg, zie ik - even van het pad af - slingerende verhoute hopslingers van vorig jaar. Op een wat zuidelijke wal, dus misschien zitten daar onderaan de afgestorven plant wel verse hopscheuten. Ik veeg wat blad weg. En de laag er onder ook, die is al iets meer verteerd. Nog niks. Ik veeg nog meer weg, de vingers worden bruin en vochtig van de boshumus. Niks. Ja, één heel minuscuul groen puntje van een spitsig hopscheutbeginnetje. Niks om te eten. En dan te bedenken dat die aardewolf, want zo heet de plant in het Latijn (Humulus Lupulus), straks over een maand of zo, op één dag tien centimeter kan groeien. De gele mannelijke katjes van een hazelaar hangen geil te wezen. Ja, jullie wel. Met mijn neus op de hazelaartakken zie ik dat de minuscule rode vrouwenbloempjes er klaar voor zijn.

 

Pipowagen
Zandpaden, de geasfalteerde Bornsestraat over, het bos in en weer uit: een zwart-witte cockerspaniël komt de oprijlaan van boerderij Erve Bokdam afsjokken. Aan het begin van de oprijlaan staat de pipowagen van de boer. Een foto van koeien siert de zijkant.

 

In de wagen alles wat een wandelaar zich maar wenst: koffie, thee, een koelkastje met frisdranken, water en sap. Een doos met cakejes, worstjes, het verhaal van Twickel op DVD, door de boerin zelfgemaakte ananassap, bosvruchtensap, frambozenjam.

 

Lynfs liefde
Een geldpotje met verzoek om in euro’s te betalen, niet in guldens. Eerdere wandelaars schreven in het logboek: ‘Geweldig. We hebben koffie gezet. Dank voor de voortreffelijke service.’ Maar ook: ‘Mijn grote liefde kwam vandaag tot leven. Lynf xxx’.

Intrigerend. Wie is het object van Lynfs liefde? Een mens? Het leven? Het landgoed?

 

Onweerstaanbaar romantisch is het landgoed in ieder geval: na Erve Obdam zie je geborgen weilanden, af en toe met een bolling met schattige doorkijkjes, kleine groepjes grote eikenbomen, soms in korte rijtjes, hier en daar rododendrons. Hier grazen ’s zomers koeien die melk leveren zonder dat er ooit een ruilverkaveling plaats heeft gevonden, die elders zoveel schoonheid heeft opgeruimd.

 

De route gaat over de Twickelervaart, die vroeger gebruikt werd om eiken naar Amsterdam te vervoeren. Daarna kom je in de Afrikaanse savanne. Tenminste, daar lijkt het sterk op. Maar het zijn dennenbomen in verdord gras en droge heide, die normaal gesproken nat is: vandaar ook dat pad over houten vlonders loopt.

 

Dan weer bos en coulissen en - even van de Umfassungsweg af -, de oprijlaan van rietgedekte en met zwart-witte luiken behangen geitenboerderij en kaasmakerij Wolverlei. Boerin Carla loopt gehaast met een ouderwetse kinderwagen over het erf. Ze heeft haar handen vol aan haar baby, de pasgeboren lammetjes én de kaasmakerij die net weer opgang gekomen is nadat de geiten in de winter droog hebben gestaan.

 

Hit in de hoofdstad
Behalve een tomme, een ronde witschimmelkaas die Carla twee weken geleden heeft gemaakt, krijg ik drie razend verse kaasjes: naturel, knoflook en peterselie. ‘De allereerste van het seizoen, gisteren gemaakt. Vanaf morgen te koop in onze boerderijwinkel en zaterdag op de Noordermarkt in Amsterdam.’ De geitenkaasjes van Wolverlei zijn al jarenlang een hit in de hoofdstad. Hier in het bos stikt het in de herfst van eekhoorntjesbrood en biefstukzwammen, vertelt Carla. Maar nu niet.

 

Drieblaadjes
Met de hop wordt het vandaag ook niks. Dan maar zevenblad: langs de bosrand een woud van opgekomen zevenbladsprieten. Nu nog ‘driebladjes’, veelal. Even proeven. Hmmmm lekker, kruidig, fris. Niet zo taai en stug als het zevenblad van later in het seizoen. Een paar handen vol gaan in de tas. Lekker voor een stamppotje en een beetje extra blaadjes om straks een naturel geitenkaasje door het gehakte blad te rollen; knapperig brood er bij, glas rode wijn: meer is niet nodig.

 

De Umfassungsweg loopt na de Wolverlei het bos uit, de Deldeneresch op. Een flinke es, een heuvel bijna. De openheid van de es contrasteert sterk met de geborgenheid van de coulissen.

Naast het pad een houten bank. Aan beide zijden van de leuning is een hartje uitgezaagd. Ik bekijk het landschap door het hartje. De kerktoren van Delden roept me met klokgelui.

 
4 maart 2014
vorige blog: wandelen-met-michiel-oerlekker-twents-herfstlandschap
volgende blog: wandelen-met-michiel-het-maasheggenlandschap
 

Blijf op de hoogte van nieuwe blogs
Ik wil graag via e-mail op de hoogte gehouden worden wanneer er een nieuw blog geschreven is.
Naam:
Email address:
E-mailadres: