Blog
 

Wandelen met Michiel - Drentsche Aa

Wandelen met Michiel - Drentsche Aa

 

Frisse jonge blaadjes in duizendjarig landschap

Wat we mooi vinden, zonder cynisme, dat is de liefde en het café achteraf. Daar zitten we met ons lachend gezicht, we mogen elkaar, maar we mogen alleen geloven wat waar is, we lachen met onze tanden, onze handen liggen op tafel te wachten tot wij ze weer meenemen. Ah, we gaan beslist nog een keer naar de Drentse A.

Voor mij is het de eerste keer Drentsche Aa. Het begin is in ieder geval poëtisch. Bovenstaande zinnen zijn de eerste uit het ‘Gedicht over de Drentse A’ dat in zijn geheel valt te lezen in een plakkaat achter op het zwart gemeniede Informatiecentrum van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa. Officieel dus met twee A’s, leer ik midden in het dorpje Anloo. In het infocentrum is niemand, maar je kunt er toch in. De hele kaart van het gebied is op de grond getekend. Met wandelstokken kun je op knoppen drukken, waarna je Drentsche Aa-verhalen te horen krijgt. In café J. Hollander is ook niemand, behalve de uitbater. ‘Gaat u wandelen? De dikke tweehonderdjarige kastanjeboom die volgens de routebeschrijving naast de pastorie staat, was ziek en is pas gekapt’. En de enige supermarkt van het dorp is sinds 2004 gesloten. Ook dat nog. Maar in de duizendjarige Magnuskerk worden nog gewoon diensten gehouden. De kerk ademt levende geschiedenis. Schuin tegenover de kerk heeft de basisschool net een flinke verfbeurt gehad. Koeien loeien vanuit de stal pal naast de pastorie. Ze verlangen naar vers gras. Mogen ze nog niet?

 

Bekoorlijk landschap

Langs de pastorie het dorp uitlopend, word ik direct getroffen door de bekoorlijkheid van het landschap. Het Anlooër Diepje is een schilderachtig beekje van zo’n meter breed dat hier sinds eeuwen meandert, even verderop uitmondend in een beek die verschillende namen draagt, waaronder de Drentsche Aa. Weidegronden lopen glooiend naar beneden richting Diepje, dat je meestal van een afstandje niet ziet, maar vermoedt: het heeft zich de diepte ingesleten.

 

Kamertjeslandschap

De weides aan weerskanten van het stroompje worden begrensd door aarden wallen met daarop hakhout, vooral eiken, ook wat berken, soms wat hulst of een vlier. Het hout werd vroeger gebruikt om te stoken of te timmeren. Op veel wallen is lang niet gehakt. De eiken in de wallen zijn oud, maar anders oud dan op bijvoorbeeld landgoed Twickel: gedrongen, de takken lager bij de grond. De vele houtwallen rondom de weides vormen rechts van het pad een kamertjeslandschap. Links verkavelde weilanden, die vroeger heide waren. Een boer is daar met een knalgele giertank mest aan het uitrijden, een stofwolk achter zich aan. Zon en een beetje warmte hebben we. Nu heeft het land nog vocht nodig.

 

Kraakhelder sap

Na een schattig boerderijtje waar vast ooit een veenarbeider heeft gewoond, is een houtwal die wél pas is gehakt. De stompen van afgezaagde berken zijn nat en wit van het berkensap dat omhoog wilde, naar de top van de berkenboom. Maar al snel merkte dat er geen hoog meer is en het vocht weer ter aarde liet lopen, langs de berkenstomp. Ik denk aan mijn eigen berkensapwinning, een paar weken geleden: drie dagen tappen, leverde ruim drie liter kraakhelder fris tintelend licht zoet sap. Dat ook nog eens razend gezond schijnt te zijn.

 

Ik loop een van de ‘kamers’ in. Daar in de glooiende weide is alles: het meanderende Anlooër Diepje met knalgeel speenkruid op de oevers, gedrongen eiken op de omringende houtwallen, de warmte van het zo lang verwachte voorjaar, gekwetter van mussen, symfonieën van merels en bovenal: eten! Zoals ik had gehoopt massa’s veldzuring; als zo vaak in vochtige weilanden. Lekker zurig fris. Ik pluk een boel blaadjes. Ga zitten aan het Diepje en doe wat blaadjes tussen de boterham met kaas.

Uren zat ik daar in dat halve uurtje.

 

Zwarte gekronkelde oortjes

Weer een eindje op pad loopt links een herder met zijn hond en kudde schappen. Wat een rust en kalmte straalt het gezelschap uit. Aan de rechterzijde van het pad een wal met een loeioude vlier, deels gestorven met een stevige wonderlijke dikke stam: spleten lopen spiraalsgewijs rondom de stam omhoog. Met zo’n regelmaat, dat het net niet echt is, alsof er kunstenaarshanden aan te pas zijn gekomen. Uit de spleten groeien overal judasoren. Grote en kleine, zwarte, stevige maar toch wat brossige zwarte gekronkelde oortjes. Ik snijd er wat af, voor straks in de veldzuringsoep.

 

Op het keerpunt van mijn route begint het te regenen. Aan mijn linkerhand ruige weides met imposante maar lome Schotse Hooglanders. Ik loop zo gestaag als de regen. Totdat de zon weer doorbreekt, net op het moment dat de route de hoek omgaat. Daar een stukje houtwal met hazelaars en oude meidoorns met jonge blaadjes: die zijn verder op gang dan elders. Een stukje warm microklimaat hier. Ik snoep van de pas ontloken helgroene meidoornblaadjes. Lekker, zacht, mild bitter, nootachtig.

Zwartbonte dames en Hooglanders

Rechts moet ergens het Anlooërdiepje lopen. Een fazantenhaan jodelt. De kerkklok van Anloo zie ik niet, maar ik hoor hem wel. Heel lang wordt er geluid, het lijkt wel eeuwig: is er iemand dood? Of gaat er iemand trouwen? Bijna terug in het dorp, zie ik dat aan de overkant van het Diepje koeien in de wei lopen. Die liepen er straks nog niet. De eerste zwartbonte dames van het jaar, die twijfelen tussen huppelen en grazen.

 

Vanuit Anloo is het twee kilometer lopen, fietsen of rijden richting buurdorp Annen. Daar net buiten het dorp woont de man die als eerste de Schotse Hooglanders in Nederland introduceerde, 34 jaar geleden. Rudolf Horst, groene spencer, landrover voor de deur, beheerde een stuk natuurgebied en was daar het maaien zat. Voor zijn werk in Schotland zag hij indertijd Schotse Hooglanders, waarvan hij er twee naar Nederland haalde. ‘Hun grote bek doet nu het maaiwerk.’ Zoals dat gaat met twee beesten van verschillend geslacht werden het er meer: Horsts ‘Kudde van Anloo’ met 150 Hooglanders, begraast allerlei natuurgebieden in en rond de Drentsche Aa-gebied. Drie jaar mogen ze grazen voordat ze naar de slager gaan om smaakvol vlees te leveren. Ik koop in Horsts winkeltje soepvlees en gehakt voor de veldzuringsoep van straks. Ook nog poulet van Drentsch heideschaap. Het landschap is hier buitengewoon, ook in zijn smakelijkheid: alles wat ik vanavond ga eten heb ik hier zo’n beetje zien groeien en lopen.

‘Ah, we gaan beslist nog een keer naar de Drentse A’.

 
16 mei 2013
volgende blog: wandelen-met-michiel-tiengemeten
 

Blijf op de hoogte van nieuwe blogs
Ik wil graag via e-mail op de hoogte gehouden worden wanneer er een nieuw blog geschreven is.
Naam:
Email address:
E-mailadres: