Artikel
 

Noardlike Fryske Wâlden

Noardlike Fryske Wâlden

 

In het Noordoosten van de provincie Fryslan ligt de Noardlike Fryske Wâlden, een uitgestrekt coulisse(kamertjes) landschap met vele smalle beplantingen; de dykswâlen en elzensingels. In die duizenden kilometers wallen en singels langs percelen en paden groeien al sinds jaar en dag een massa braamstruiken, waaraan vanaf half augustus en in de eerste helft van september veel bramen afrijpen; glanzende zwarte vruchten die bijzonder lekker smaken en waar je met weinig inspanning jam, siroop en nog veel meer lekkers van kunt maken.

35 soorten.....

Bramen waren en zijn nog steeds een belangrijke bron van vitamine C. De planten waren vroeger dusdanig van belang dat ze werden meegenomen en verhandeld door reizigers. Waarom zult u zeggen? Bramen komen immers overal voor.

‘Niets is wat het lijkt’ geldt ook hier. Er zijn erg veel bramensoorten en lang niet al die soorten leveren lekkere bramen. Sommige zijn zelfs ronduit zuur. Gelukkig zijn er ook bramen met hoge suikerpercentages, tot maar liefst 16 %, en die smaken erg lekker.

In de Noardlike Fryske Wâlden werd in 2012 in opdracht van Landschapsbeheer Friesland een inventarisatie uitgevoerd door bramenkenner Karst Meijer. Zijn conclusies zijn erg verrassend.

Tijdens het onderzoek zijn er 25 bekende soorten bramen gevonden en een tiental (!!) nog niet elders ter wereld beschreven soorten. Opvallend is het voorkomen van de nieuwe soort Rubus frieslandicus, al eerder door Karst ontdekt maar ook hier aanwezig. Door verder onderzoek in 2013 kan z.i. het aantal bramensoorten ruim boven de 30 soorten komen wat dus zeer rijk is . (Het rijkste uurhok in Nederland herbergt rond 50 soorten).

De lekkerste braam is volgens Karst Meijer de Rubus gratus, een soort die grote bramen levert met veel suikers en die in de Noardlike Fryske Walden volop voorkomt.

Voor de instandhouding van de rijkdom van het omvangrijke coulisselandschap in de NFW wordt veel inspanning geleverd. Bijna alle percelen zijn in eigendom van particulieren die ook verantwoordelijk zijn voor het beheer van de elzensingels (die bestaan uit de Zwarte els, lijsterbes, meidoorn,wilg, diverse soorten rozen) en dykswâlen ( met veel zomereik en onder andere berk en sleedoorn).

En omdat het om veelal smalle percelen gaat en de grond in de meeste gevallen wordt gebruikt door melkveehouders, wordt het aloude systeem van hakhoutbeheer nog steeds toegepast in deze streek. De wallen en singels worden eens in de 25 jaar gekapt, groeien vanuit de stobben weer op, worden na 25 jaar weer gekapt, enz. enz. De beplanting groeit op deze manier voldoende uit voor een mooi landschapsbeeld en er ontstaat niet teveel schaduw voor de gewassen op de percelen.

Voor ongeveer de helft van de singels en wallen zijn beheerovereenkomsten afgesloten en in het toekomstig landbouwbeleid in Europa is er gelukkig aandacht voor de bijzondere waarden van landschappen als in de NFW.

 

Door de eeuwenlang toegepaste vorm van beheer zijn in het gebied bijzondere natuurwaarden ontstaan. De plantengroei op de dykswâlen is zeer bijzonder met plaatselijk o.a struikheide, eikvarens en het zeldzame appelmos. In de wallen en elzensingels komen ook erg veel wilde rozen voor waarvan een aantal met nog maar enkele groeiplaatsen in NL.

Ook voor veel kleine zangers is het gebied een waar eldorado; Gekraagde roodstaart en spotvogel komen er voor in dichtheden die tot 5 keer hoger zijn dan de beste gebieden van die soorten elders in Nederland.

Bramen geven door hun dichte structuur bijzonder veel beschutting en bieden vogels gelegenheid voor onopvallende plaatsen om te nestelen. Bramen bloeien erg rijk en leveren veel insecten nectar. Bramen zijn bovendien waardplanten van een scala aan (nacht)vlinders. (in de NFW zijn in 2012 … soorten nachtvlinders gezien)

Om bramen te plukken kun je het best aangepast gekleed op stap gaan. Blote armen en benen levert een flink aantal schrammen op evenals blote voeten in slippers. Bramen hebben scherpe en venijnige stekels (geen doorns) en daar ontkom je echt niet aan. Voor een aantal fundamentele plukregels zie www.brommelfestijn.nl

Lokale cultuur

De lokale cultuur is nauw verweven met de typische landschapsele­men­ten. Ze spelen vaak een belangrijke rol in de oude volksverhalen. Veel van deze volksverhalen zijn uit de mond van lokale vertellers opgete­kend door de Eastermarder Dam Jaarsma. Ook in andere culturele uitingen spelen landschap en landschapselementen een belangrijke rol. Zo vor­men het landschap en een aantal daarin voorkomende soorten een belangrijk thema in gedichten en proza van de schrijfster Simke Kloosterman. Van de Twijzeler schoolmeester Harmen van der Bij zijn prachtige potlood­teke­ningen van het dykswâlen- en elzensingel­land­schap bewaard gebleven. Samen met H. Veenstra maakte Van der Bij het boekje Pingo’s, puollen en planten. Dit beschrijft de plantengroei en de toestand van de pingo’s en poelen in de gemeente Kollumerland.

Esthetische waarde

Puur om zijn schoonheid heeft een landschap als dat van de Noardlike Fryske Wâlden al een grote waarde. Het kan daarbij zowel gaan om landschappelijke beelden als om beelden van details; afzonderlijke bomen of een mossenvegetatie op een dykswâl. Geuren en beelden van bloeiende bomen en struiken, het geluid van ritselende espen­bladeren, verkleurend en vallend herfstblad, de aanwezigheid en de activiteit van vele dieren voegen allemaal iets toe aan de belevings­waarde. De schoon­heid kan ook worden gevonden in de ‘leesbaarheid’ van de ontginnings­geschiedenis en het historisch landgebruik in het huidige landschap.

Identiteit van streek en inwoners

De bewoners van de streek staan bekend als Wâldpiken, letterlijk Woud­­kippen, een geuzennaam die men tegenwoordig nog graag hoort. In het verleden was de betekenis minder positief. Hij werd gebruikt door de bewoners van het vruchtbare Friese kleigebied om de bewoners van de relatief arme oostkant van de provincie aan te dui­den. Het nog steeds boomrijke landschap bepaalt ook nu nog voor een belangrijk deel de identiteit van de Wâldpyk.