Artikel
 

Het Bentwoud

Het Bentwoud

 
Graspad door jonge boomaanplant
Graspad door jonge boomaanplant

Het Bentwoud is een jong tot zeer jong bos dat ligt in een voormalig akkerbouwgebied. Waar ooit de spruiten, tarwe en aardappelen op het land stonden groeien nu steeds meer bomen en struiken. Het gebied ligt lager dan de omgeving, iets wat je bijvoorbeeld merkt als je vanuit Boskoop richting Benthuizen rijdt: na de rotonde aan de westkant van Boskoop daalt de weg enigszins af. Het gebied is dan ook een zogenaamde 'droogmakerij' en feitelijk de kleiige bodem van een voormalige waterplas, de Zuidplas, nu de Zuidplaspolder.

Deze droogmakerij wordt nu aan de zuidzijde van de provinciale weg N456/N209 getransformeerd tot recreatiebos. Hier is het oorspronkelijke droogmakerijenlandschap niet of nauwelijks meer herkenbaar en is een nieuw landschap ontstaan met nieuwe kwaliteiten. Hoe het er uit zag is nog wel te zien aan de noordkant van de weg.

Zuidplas
Ook de waterplas, de Zuidplas, die uiteindelijk in de 19e eeuw werd droog gelegd was het gevolg van menselijk handelen. Zo’n duizend jaar geleden bestond het gebied nl. uit een uitgestrekt veenmoeras. Dit veenlandschap werd doorsneden door rivieren zoals de Hollandsche IJssel en veenstromen als de Rotte en de Gouwe. Vanaf het einde van de 10e eeuw werd vanaf de Hollandsche IJssel en de Rotte het veen ontgonnen en werden percelen geschikt gemaakt voor landbouwkundig gebruik. Vanaf de 13e eeuw volgde ontginning langs de Gouwe. In eerste instantie was er op de smalle stukken land, omgeven door sloten om het land goed af te kunnen wateren, sprake van akkerbouw. Later door de steeds verder inzakkende bodem werd het land omgezet in grasland voor de veeteelt. Vrijwel al het akkerland was zo aan het begin van de 16e eeuw veranderd in weidegrond met drassige gebieden en moerassen.

Turfwinning
Vanaf de 15e eeuw steeg de vraag naar turf. Turf is gedroogd veen, dat prima dienst doet als brandstof. De toenemende vraag kwam door uitbreiding van de omliggende steden (Gouda en Rotterdam), de groei van de bevolking en de toenemende brandstofbehoefte van de industrie, zoals steenfabrieken en bierbrouwerijen. Van de 16e tot 18e eeuw werd daarom in het gebied op grote schaal turf gewonnen.

Eerst werd het droog gewonnen, later werd het slagturven uitgevonden, waardoor het veen onder de waterspiegel d.m.v. een baggerbeugel ook gewonnen kon worden. Een groot deel van het gebied ging zo letterlijk in rook op. Als gevolg van deze grootschalige turfwinning ontstond een uitgestrekt plassengebied. De veenplassen waren slechts van elkaar gescheiden door smalle stroken hoger gelegen oud land waarover de doorgaande wegen liepen met aan weerszijden de boerderijen. In andere gebieden zoals bijvoorbeeld de Reeuwijkse Plassen, de Loosdrechtse Plassen en de Nieuwkoopse Plassen kun je nog een indruk krijgen van hoe zo’n plassengebied er uit ziet.

Graspad door jonge boomaanplant
Graspad door jonge boomaanplant
 

Omdat de plassen door de golfwerking een bedreiging vormden voor het resterende land én er behoefte was aan meer landbouwgrond, werden de ontstane veenplassen één voor één drooggelegd. Om het wegpompen van het water naar het hoger gelegen omringende land mogelijk te maken werden meer molens achter elkaar gezet die elk een deel van het hoogteverschil moesten overbruggen. De meeste van die molens zijn thans verdwenen of afgeknot.

Zuidplaspolder
De drooglegging van de Zuidpolder startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Met 30 molens en twee stoomgemalen is de Zuidplas leeg gemaald via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel rechthoekig verkavelingspatroon met kavels van 40x800m. Het daardoor ontstane rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. Dit is de kortste verbinding tussen beide dorpen en bovendien de langste rechte lijn in de polder.

Verstedelijking
Vanaf ongeveer halverwege de 20e eeuw zijn de polders sterk verstedelijkt. De dorpen krijgen steeds meer betekenis als woongebied voor forenzen die in de grotere steden in de omgeving werken. Het gebied ligt strategisch (dichtbij verschillende stedelijke centra, goed bereikbaar) in de dynamische zuidvleugel van de Randstad en vanuit o.a. Rotterdam, Gouda en Zoetermeer staat er grote druk op het gebied. Grote stadsuitbreidingen (o.a. bij Zoetermeer) hebben de openheid van het gebied verkleind. Ook is grootschalige en intensieve glastuinbouw tot ontwikkeling gekomen.

Recreatie
Met de toenemende bevolking en verstelijking ontstond ook een groeiende behoefte aan recreatiegebieden. Zo ontstond in de jaren ‘80 van de 20e eeuw een plan het gebied te gaan bebossen. Hiermee werd beoogd de toenemende verstedelijking tegen te gaan maar ook om zo het gewenste groot aaneengesloten recreatiegebied voor diverse typen recreanten te ontwikkelen. Op 25 mei 2009 werd de eerste boom geplant, op het uiterste oostelijke punt van het Bentwoud, op de grens tussen Zoetermeer en Benthuizen, aan de Zegwaartseweg/ Omleidingsweg. De komende jaren zal steeds meer bos worden aangeplant tot een oppervlakte van 725 hectare, inclusief de golfbaan bedraagt het Bentwoud 838 ha. Het Bentwoud wordt beheerd door Staatsbosbeheer.